Jammie

29Okt08

Proefexamen. Waarschijnlijk een van de meest nutteloze concepten ooit. Toch als het op Bestuursrecht aankomt. Bestuursrecht, dat op zichzelf ook al een plaatsje bezet in de top der nutteloze concepten. Geen nood: het leven is een grote uitdaging, en geen varkentje is te roze om door mij zonder handschoenen te worden gegeseld.

Nu goed. Men kome binnen, men zette zich liefst zoveel mogelijk achteraan in het auditorium. Men zette zich in deze drastisch afkoelende periode van het jaar ook liefst zo dicht mogelijk bij elkaar, in de wetenschap dat teamspirit een weliswaar positieve doch in proefexaminaire omstandigheden eerder ongewenste (ondergewaardeerde, vind ik zelf) eigenschap is, waartegen menig assistent dan ook vurig zal protesteren.

De assistent, zoals voorspelbaar en voorspeld, schreeuwt zich schor ter verdeling van de studenten over de beschikbare ruimte. Ons groepsgevoel indachtig verzet geen van ons een poot.

Over tot de papierbedeling dan maar. Men krijge 2 vragen voorgeschoteld; de helft van de aanwezigen schiet spontaan in de lach: “wtf?!” Ok. Misschien was het toch niet zo’n slimme move om onvoorbereid naar het proefexamen te komen, hoewel het niet meetelt. Iedereen kijkt hulpeloos rond naar… iedereen. Ik doe mee en kijk naar S. We draaien ons hoofd naar de klok: 29 minuten. Het aftellen is begonnen.

We overwegen de mogelijkheden: het opzoeken van wetten die hoogstwaarschijnlijk toch niet terug te vinden zijn in onze codex, alcoholstiften-oxo, of… Ola! Ik had hem eerst gespot. De jongen met de krant. Opgevouwen op de bank naast hem – hijzelf verdiept in een wetboek en diens ondoorgrondelijke diepte.

23 minuten. Het wordt afwegen: rechtstreeks roepen of schouderklopdoorgeefgewijs het dagblad bemachtigen. Vanuit mijn ooghoeken tevens de patrouillerende assistenten in de gaten houden. Die slaan immers toe wanneer je het het minste verwacht.

18 minuten. “Psssssst,” in een poging aandacht te trekken. Iedereen kijkt om behalve de krantbezitter. Ik doe alsof mijn neus bloedt en probeer de schouderklopmethode. 30 seconden en 2 hoge krantzwiepen later leun ik achterover en stel mijzelf op de hoogte van de laatste dippen in de financïele beerputshizzle. In de filmbijlage loenst Javier Bardem smachtend naar de camera. S., ondertussen aan het meelezen geslagen, neemt een balpen en schrijft in zijn gestylede kapsel Jammie. 12 minuten.

“Jammie,” vraag ik. “Jahaaa,” zucht S., “ter aanduiding van zijn graad van heetheid. Meeredeneren helpt!”

9 minuten. Ondertussen zijn de assistenten aan het kwateren geslagen. Over hoe het proefexamen had moeten/kunnen opgelost worden. Ik probeer mijn aandacht erbij te houden, maar mijn gedachten dwalen af naar Jammie. Wat er zo Jammie is aan Javier Bardem. Een aantal minder hoog gegrepen, maar daarom niet minder appetijtelijke Jammies schieten door mijn hoofd. Daar moet ik maar eens werk van maken.

3 minuten. Tas inpakken. Krant terugzwiepen. Beenwippen. M., K., S. en de hele rij voor mij ergeren met beengewip. Toch voortdoen. 2 minuten. De assistenten spreken tevergeefs de massa toe. Geven het tenslotte op: “Dat was ‘t dan.” Wel dank u. Gelukkig geen half uur van mijn leven verspild. Veel bijgeleerd over foute foute beerputshizzle, intercontinentale relaties tussen belangrijke mensen enz.

1 minuut. 0 minuten. Kaboem. Jammie!



No Responses Yet to “Jammie”  

  1. No Comments Yet

Leave a Reply