Houston, we have a problem.
A minor, tiny little problem – NOT. Big problem dus.
Als goede vriendin van W. werp ik mezelf op als redster in nood in noodsituaties – in andere situaties immers vrij overbodig. Soit, ik ben er voor haar en dat weet ze. EN DIT IS EEN NOODSITUATIE!
Een relatie zou ik het niet noemen, maar dat er íets was/is, lijkt mij evident. Man in kwestie blijkt echter eikel van jewelste te zijn. Niet te letterlijk nemen, mijn woorden; als ik geïrriteerd loop, zoek ik wel vaker mijn toevlucht in uit de hand gelopen beeldspraak. Los daarvan is hij, onder ons gezegd en gezwegen, weldegelijk een eikel van jewelste. W. loopt achter hem aan als het schoothondje van Paris Hilton; hij laat het zich welgevallen en maakt tijd voor haar wanneer hij zelf goesting heeft, waarbij goesting als goesting mag worden geïnterpreteerd – om het te zeggen met de prof van zakenrecht (meer fossiel dan mens): “we verstaan mekaar”. Je reinste misbruik, quoi.
Crisis is er geweest, crisis IS er en crisis zal er nog heel vaak zijn. W. leeft in de roes van een emotionele rollercoaster; ze gaat er letterlijk aan ten onder en beseft het niet. Tussen zwart en wit is grijs haar volkomen onbekend, en meneer weet al helemààl niet wat hij wil. Ik schipperde heen en weer om rampen te voorkomen en koesterde – raar maar waar – recentelijk nog hoop op een goede afloop, maar die is nu onherroepelijk verschwunden.
Want wat blijkt nu? De slimmerd heeft zijn lodderig oog laten vallen op een barbiepop. Het toppunt van slechte smaak, een gevaar voor elke man. Getrouw aan haar reputatie heeft het plastieken gedrocht hem in een koelbloedige houdgreep te strikken, en deze keer is W. daarvan het slachtoffer. Sinds gisterenavond is de wereld dus een hoopje miserie rijker – nochtans zweren we als volleerde feminstes bij principe
1/ Geen man is het waard om tranen voor te laten. (Hierop bestaan een aantal uitzonderingen – we zijn niet harteloos – maar dit is er GEEN van).
Ze slaagt er zelfs in te doen alsof ze gelukkig is voor hem; “het is tenslotte zijn eigen wil” en “wat kan ik er tegenin brengen” enz. Z. vermoeiend zelfdestructief gedrag. Zit er een mes in je hart? Geen probleem: zelf beetje aan draaien. Logische gang van zaken toch? Ehum.
Het kan verkeren (Bredero?). De vraag die zich opdringt en héél erg dringend een antwoord behoeft : wat moet ik nu in godsnaam doen? Zelf verkeer ik in hogere regionen dan ooit tevoren – vergelijkbaar met permanent aan de drugs zitten; vermoedelijk gaat het hier in feite om hormonen. Het contrast kan amper groter zijn. Toch ga ik er alles aan doen om W. door deze crisis te helpen. Ze moet afkicken, haar zinnen verzetten en hem vergeten. What doesn’t kill us, makes us stronger. Basisprincipe 1 is toepasselijker dan ooit tevoren. Wie op barbiepoppen valt, verdient geen genade.
I guess that's what i get for wishful thinking Should've never let you enter my door I've gotta check into rehab 'Cause baby you're my disease
Uit deze historie destilleren we nog 2 andere essentiële relationele principes.
2/ Mannen horen geen vrouwen te kwetsen door verliefd te worden op barbiepoppen.
3/ Vrouwen behoren geen zelfdestructief gedrag te vertonen door alsnog vast te houden aan de op een barbiepop verliefde man.
Wordt ongetwijfeld vervolgd. Zucht. Ik heb nood aan chocolade.
Filed under: Life @ Gent, Soap | Leave a Comment
No Responses Yet to “Houston, we have a problem.”